Informatie voor MER-deskundigen

Gebruikseisen

De erkende MER-deskundige moet voldoen aan de verplichtingen (gebruikseisen) die terug te vinden zijn in artikel 34 (algemene gebruikseisen) en 38 (bijzondere gebruikseisen) van het VLAREL.

Eén van de bijzondere gebruikseisen is deze rond de bijscholing:

  • De erkende MER-deskundige moet voor elke discipline waarvoor hij erkend is, elk jaar een bijscholing volgen van minstens 8 uur over de recentste ontwikkelingen en wetgeving in die discipline.
  • De deskundige moet dit kunnen bewijzen bij een mogelijke controle door een toezichthouder. Dit kan door het voorleggen van een certificaat, diploma of aanwezigheidsdocument en het programma van de activiteit.

Wat komt in aanmerking als bijscholing?

  • Studiedagen, seminaries en lezingen
  • E-learning onder de voorwaarde dat de deelnemer kan aantonen dat hij het pakket gevolgd heeft, hoeveel tijd de deelnemer eraan besteed heeft en wat de inhoud van het pakket was. De organisator van de opleiding moet aan de cursist de nodige garanties geven om deze aantoonbaarheid te garanderen.
  • Deelnemen aan sectorale overlegmomenten waar kennisuitwisseling over de discipline en de wetgeving rond de discipline centraal staat. Het gaat hier bijvoorbeeld om vaktechnische werkgroepen, ingericht door sector- of beroepsverenigingen of bedrijvenfederaties. Er wordt steeds een verslag opgemaakt van de werkgroep met vermelding van het tijdschema. Enkel de uren die gewijd worden aan de bespreking van de discipline komen in aanmerking. Per jaar kan maximaal twee uur in aanmerking komen.

Maximaal de helft van de bijscholing mag worden ingevuld door thema’s die de specifieke discipline van de erkende deskundige overschrijden. Het gaat hierbij dan over beroepsspecifieke thema’s die niet louter gerelateerd worden aan de specifieke discipline. De specifieke discipline moet wel steeds in zekere mate aan bod komen bij deze thema’s.

Wanneer komt een opleiding niet in aanmerking als bijscholing?

  • Het volgen van de opleiding is niet of onvoldoende aangetoond:

    • Er wordt geen geldig bewijs van aanwezigheid voorgelegd (inschrijvingsbevestigingen, foto’s, presentaties, uitnodigingen, facturen, … zijn geen bewijs van aanwezigheid),
    • de inhoud van de opleiding is onduidelijk,
    • het aantal uren/programma van de opleiding is niet gekend,
  • Het gaat om een interne opleiding. De reden hiervoor is dat interne opleidingen moeilijk controleerbaar of aantoonbaar zijn,
  • Het zelf doceren van opleidingen. De bijscholing dient namelijk als verruiming van de eigen kennis over de recentste ontwikkelingen en wetgeving,
  • Meerdere opleidingen over identieke onderwerpen. In dit geval wordt slechts één van deze opleidingen meegerekend,
  • De opleiding werd reeds in rekening gebracht voor een andere discipline. Eenzelfde opleiding kan niet voor meerdere disciplines in rekening worden gebracht. 
  • De specifieke discipline kwam niet aan bod in de opleiding. Ook in het gedeelte van de bijscholing dat mag worden ingevuld door beroepsspecifieke thema’s die niet louter gerelateerd worden aan de specifieke discipline waarvoor men erkend is, moet de specifieke discipline nog steeds in zekere mate aan bod komen. Deze discipline-overschrijdende opleidingen kunnen slechts eenmaal (dus voor één discipline) in rekening worden gebracht.

Meer informatie over en voor MER-deskundigen kunt u ook vinden op de website https://omgeving.vlaanderen.be/milieueffectrapportage-0.

Waar een bijscholing volgen?

  • Het maakt niet uit welke instantie de opleiding, de studiedag of het seminarie organiseert. 
  • De onderwerpen die aan bod kunnen komen, zijn per discipline en deeldomein vastgelegd in de wetgeving. Ze zijn terug te vinden in bijlage 9 van het VLAREL.
  • De opleidingsinstantie moet niet erkend zijn om aanwezigheidsattesten voor bijscholingen te kunnen afleveren. De Vlaamse overheid erkent ook geen opleidingen in het kader van de permanente vorming.

Let erop dat u een aanwezigheidsattest ontvangt na het volgen van een bijscholing. Dit attest wordt opgemaakt door de organisator van de bijscholing en vermeldt naast uw naam en de naam van de organisator eveneens de datum, de plaats, de onderwerpen en het aantal uren van de bijscholing.
 

Naar boven

Retributie

Er moet een retributie betaald worden voor de uitoefening van het toezicht op de erkenning als MER-deskundige (artikel 54/1 van het VLAREL). Deze retributie is jaarlijks verschuldigd.

Voor de discipline 'Geluid en trillingen' is geen retributie voor de uitoefening van het toezicht op de erkenning verschuldigd, deze wordt geregeld via de erkenning als milieudeskundige in de discipline 'Geluid en trillingen'.

Naar boven