Inspectie milieu, onroerend erfgoed & ruimtelijke ordening: waarvoor kan u bij ons terecht?

Milieu-inspectie

Behandelt enkel klachten over klasse 1-bedrijven die milieuhinder veroorzaken. Voor alle andere klachten (klasse 2, 3, vrije veld) kunt u contact opnemen met de milieuambtenaar van de gemeente of politie.

U kunt onze diensten  contacteren met klachten over vermoedelijke milieuhinder door dergelijke bedrijven, zoals:

  • stof- en lichthinder
  • luchtverontreiniging (rook, geur...)
  • geluids- en trillingsoverlast
  • bodem- en grondwaterverontreiniging
  • verontreiniging van oppervlaktewater
  • illegale boring of grondwaterwinning
  • illegale opslag of verwijdering van afvalstoffen
  • veiligheidsgevaar voor de omgeving
  • niet naleven van vergunningsvoorwaarden 

Bij een voorval, informeert de exploitant zo snel mogelijk de omgevingsinspectie van de provincie waarin de inrichting is gelegen (zie afdeling 4.1.12 Vlarem II) Dit kan via het formulier doc bestandmelding van een voorval (303 kB).

Inspectie ruimtelijke ordening

Behandelt de klachten over bouwmisdrijven en bouwinbreuken die vallen onder de gewestelijke handhavingsprioriteiten ruimtelijke ordening zoals deze door de Vlaamse minister van Omgeving werden bepaald en meegedeeld aan de Vlaamse regering. Klachten die niet vallen onder deze gewestelijke prioriteiten zullen worden bezorgd aan de betrokken gemeente die op basis van haar eigen handhavingsprioriteiten kan optreden. 

De bouwmisdrijven en bouwinbreuken zijn deze zoals omschreven in de artikelen 6.2.1 en 6.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening:
Artikel 6.2.1 (bouwmisdrijven):

  • het uitvoeren van vergunningsplichtige handelingen zonder voorafgaande vergunning of in strijd met de betreffende vergunning, of het verder uitvoeren van de handelingen, hetzij na verval, vernietiging of het verstrijken van de termijn van de betreffende vergunning, hetzij in geval van schorsing van de betreffende vergunning
  • het uitvoeren van handelingen in strijd met een ruimtelijk uitvoeringsplan of stedenbouwkundige verordening
  • het verder uitvoeren van de handelingen in strijd met het bevel tot staking, de bekrachtigingsbeslissing of, in voorkomend geval, de beschikking in kort geding
  • het na 1 mei 2000 plegen van een schending, op welke wijze ook, van de plannen van aanleg en verordeningen die tot stand zijn gekomen volgens de bepalingen van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, en die van kracht blijven zolang en in de mate dat ze niet vervangen worden door nieuwe voorschriften, uitgevaardigd krachtens de codex, tenzij de uitgevoerde werken, handelingen of wijzigingen vergund zijn of tenzij het gaat om de handelingen, vermeld in artikel 6.2.2, 6° 
  • het uitvoeren van handelingen die een schending zijn op de bouw- en verkavelingsvergunningen die zijn verleend krachtens het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996
  • het uitvoeren van bepaalde handelingen in watergevoelig openruimtegebied
  • het als eigenaar toestaan of aanvaarden dat een van de misdrijven, vermeld in één van de voorgaande punten, worden gepleegd

Artikel 6.2.2 (bouwinbreuken):

  • de instandhouding van de illegale gevolgen van voormelde bouwmisdrijven, voor zover die gevolgen zich situeren in kwetsbaar gebied
  • het schenden van de decretaal vereiste verplichtingen van een notaris
  • het uitvoeren van meldingsplichtige handelingen die voorafgaan aan de voorafgaande uitdrukkelijke of stilzwijgende aktename van de melding 
  • het schenden van de decretaal vereiste informatieplichten
  • het uitvoeren van handelingen zonder de controle van een architect als die controle verplicht is
  • het uitvoeren van onderhoudswerken of van vergunning vrijgestelde handelingen in strijd met bijzondere plannen van aanleg, gemeentelijke uitvoeringsplannen en verkavelingsvergunningen of omgevingsvergunningen voor het verkavelen van gronden, voor zover die plannen of vergunningen, of de relevante delen ervan niet zijn opgenomen in een door de gemeenteraad vastgestelde lijst 
  • het als eigenaar toestaan of aanvaarden dat de inbreuken, vermeld onder het eerste, derde, vijfde en zesde punt, worden gepleegd.
     

Inspectie erfgoed

Behandelt klachten over erfgoedmisdrijven en erfgoedinbreuken, zoals:

  • het beschadigen van een beschermd monument of beschermd varend erfgoed
  • het verwaarlozen van een beschermd monument of beschermd varend erfgoed
  • het wederrechtelijk slopen van een in de vastgestelde inventaris bouwkundig erfgoed opgenomen onroerend goed
  • het uitvoeren van wederrechtelijke archeologische opgravingen
  • het opsporen van archeologische artefacten en archeologische sites met een metaaldetector zonder erkenning als metaaldetectorist of in afwijking van de code van goede praktijk
  • het niet-aangeven van een toevalsvondst met archeologische erfgoedwaarde
  • het niet (tijdig) bezorgen van nota’s, rapporten, of verslagen in het kader van archeologie
  • het niet-naleven van de informatie- of administratieve plichten bij de verkoop, het bewaren, het onderzoek van onroerend of varend erfgoed
  • het zonder toelating buiten de Vlaamse Gemeenschap brengen van varend erfgoed
  • het niet-melden van de wijziging van de bewaarplaats van een archeologisch artefact of een archeologisch ensemble dat afkomstig is uit het Vlaamse Gewest