Zorgwonen zonder zorgen - VCRO artikel 4.1.1, 18° ; 4.2.4 ; 4.4.1, §2, 2° ; 4.4.12 t.e.m. 4.4.15 ; 4.4.21, 4°

VCRO artikel 4.1.1, 18°; 4.2.4; 4.4.1, §2, 2°; 4.4.12 t.e.m. 4.4.15; 4.4.21, 4° 

Zorgwonen is het creëren van een kleinere woongelegenheid binnen een bestaande woning zodat maximaal twee oudere (65+) of hulpbehoevende personen kunnen inwonen. Hierdoor kan bijvoorbeeld de partner van de oudere of hulpbehoevende mee inwonen, zonder dat deze zelf oudere of hulpbehoevende moet zijn.  

Er is sprake van een zorgwoning als voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  • In de bestaande woning wordt één kleinere (ondergeschikte) wooneenheid gecreëerd.
  • De ondergeschikte wooneenheid vormt één fysiek geheel met de hoofdwooneenheid.
  • De ondergeschikte wooneenheid, de ruimten die gedeeld worden met de hoofdwooneenheid niet meegerekend, maakt ten hoogste een derde uit van het bouwvolume van de volledige woning.
  • De eigendom of ten minste de blote eigendom van de hoofd- en de ondergeschikte wooneenheid berust bij dezelfde titularis of titularissen.
  • De creatie van een ondergeschikte wooneenheid gebeurt met het oog op het huisvesten van: 
    • ofwel ten hoogste 2 personen, waarvan minstens 1 persoon van 65 jaar of ouder
    • ofwel ten hoogste 2 personen, waarvan minstens 1 hulpbehoevend (kinderen die ten laste zijn van de hulpbehoevende persoon worden niet meegerekend bij het bepalen van het maximum van 2 personen). De hulpbehoevende is: 
      • een persoon met een handicap
      • een persoon die in aanmerking komt voor een tegemoetkoming van de Vlaamse Sociale Bescherming (vroeger zorgverzekering)
      • een persoon die hulp nodig heeft om zelfstandig te wonen.
    • ofwel de zorgverlener, indien de hulpbehoevende personen gehuisvest blijven in de hoofdwoning

De creatie van een zorgwoning is altijd meldingsplichtig, ongeacht of er al dan niet vergunningsplichtige handelingen gebeuren. De gemeente kan op deze wijze beoordelen of de gemelde handeling daadwerkelijk meldingsplichtig is en niet verboden is. Deze meldingsplicht zorgt ervoor dat de inschrijvingen in het bevolkingsregister duidelijker kunnen verlopen en dat de gemeente kan controleren of de woningkwaliteit gegarandeerd wordt. 

Het effectief bewonen door de hulpbehoevende (of de 65-plusser) moet binnen de twee jaar na datum van de meldingsakte gebeuren, anders vervalt de meldingsakte. 

Het stopzetten van het zorgwonen moet eveneens gemeld worden. 

Het is ook mogelijk om een zorgwoning te creëren in zonevreemde woningen en in woningen binnen verkavelingsvoorschriften die bijkomende woongelegenheden verbieden.  

 

Nieuwsbericht 8 december 2020  

Op 27 november 2020 zette de Vlaamse Regering de eerste stap richting wijziging van de regelgeving zorgwonen. De wijziging van de VCRO die de mogelijkheden om een zorgwoning te melden verruimt, werd voor de eerste keer principieel goedgekeurd.
Concreet zal de definitie “zorgwonen” (Art. 4.1.1 18°) beperkt worden tot de sociale voorwaarden (1 ondergeschikte woning, doelgroep, 1 eigenaar). De ruimtelijke voorwaarden opdat slechts een melding nodig is, worden opgenomen in een sterk verruimd artikel 4.2.4 m.b.t. de meldingsplicht.
Naast inpandige zorgwoningen zal ook de creatie van een zorgwoning in een bestaand, hoofdzakelijk vergund vrijstaand bijgebouw of in een tijdelijke, verplaatsbare constructie in de nabijheid van de hoofdwoning onder bepaalde voorwaarden meldingsplichtig worden.
Over dit voorontwerp van wijzigingsdecreet wordt het advies ingewonnen van de SARO. Ook wordt overlegd met de VVSG, het Agentschap Wonen-Vlaanderen, het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en de FOD Binnenlandse Zaken.

Het ontwerp vindt u hier.

De bijhorende memorie van toelichting vindt u hier.

 
 

Meer informatie

Contacteer ons

Afdeling Beleidsontwikkeling en Juridische Ondersteuning (BJO)